Wordt vervolgd ...

  terug naar publicaties werkgroep     


“Als de leraar binnenkomt, staat men op” (24)                 

Verslag van de zoektocht van Kees Mettes, Nic van Nuland en janvdbosch@casema.nl (de werkgroep-Mettes) naar het leven van toen op het college van het H. Kruis in Uden (aflevering  24, april 2007) 

De competitie “Dancing with Maria” heeft bij onze lezers veel losgemaakt en een stroom van reacties op gang gebracht. De post bracht bijvoorbeeld een anoniem pakje met daarin het boek “Maria, relikwie uit het verleden of baken voor de toekomst?”. Ik beschouw de toezending van dit mooie boek als een goedkeuring van boven en een vingerwijzing om met de competitie door te gaan. Het boek “Maria” onthult volgens de tekst op de achterflap alles over het leven van de H. Maagd, volgt de geschiedenis en ontwikkeling van haar beeld en betekenis gedurende tweeduizend jaar en onderzoekt hoe Maria tot op de dag van vandaag de levens van mensen heeft veranderd. “Ze is een levendige herinnering aan de aanwezigheid van de ongeziene macht in ons dagelijks leven”, lees ik ook, maar - zelfs na deze zin drie keer herlezen te hebben - dringt het niet tot me door wat hier staat. Ook van onze correspondent Oost-Brabant Harrie van Rijbroek ontving ik een Maria-verhaal. Hij is het eens met de plaatsen 1 en 2 voor Onze Lieve Vrouw ter Linde en de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch, maar op 3 staat bij hem Onze Lieve Vrouw van Handel (een plaatsje bij Boekel). “Vanuit Veghel”, zo vertelt Harrie, “gingen we daar in onze jonge jaren ter bedevaart. We vertrokken op een zondag in de zomer om 5.00 uur uit Veghel per fiets. Het was een uur trappen naar Handel via Erp en Boekel. We waren dan op tijd in Handel om bij de paters Capucijnen de mis bij te wonen. De kerk zat om 6.00 uur al vol en er werd volop gebiecht door al die grote zondaars (de tijden zijn ondertussen ietsjes veranderd en eigenlijk verbeterd, want er zijn geen grote zondaars meer). Na de mis gingen we onze meegebrachte boterham opeten in café Pelgrimsoord, dat stond naast de parochiekerk van Handel, waar Maria (nog steeds) wordt vereerd. Het café werd gerund door Kis van Hout (de broodjes aten wij dus op "bij Kisse"). Mijn oudere broer of zuster met wie ik mee mocht bestelde denk ik koffie, maar ik nam limonade om de feestvreugde te vergroten. Het café zat altijd stampvol met pelgrims. Na het cafébezoek werd een bezoek gebracht aan Maria en werd er natuurlijk een kaars opgestoken. Vervolgens werd de kruisweg gebeden in het processiepark. Daarna was er nog wat tijd over om wat rond te lopen en kraampjes te bekijken (wel kijken, maar niet kopen). Om 10.00 uur woonden we de Hoogmis bij in de stampvolle parochiekerk. Daarna gingen we weer voldaan op de fiets naar huis, waar ons moeder om 12.00 uur het eten klaar had staan. Hedentendage is de toeloop van pelgrims natuurlijk niet zo groot meer, maar Maria wordt in Handel toch nog druk bezocht”. Zelf kreeg ik afgelopen weken van Broeder Vigilius, van de Congregatie van de Broeders van Huijbergen, toen ik hem een interview afnam, prompt een prentje mee van O.L.Vrouw van de Wonderdadige Medaille. Dat is de Maria die in de nacht van 18 op 19 juli 1830 in Parijs verschenen is aan Zuster Catharina Labouré, Dochter der Liefde van St. Vincentius. Wie de medaille draagt zullen grote genaden ontvangen, beloofde de H. Maagd. Broeder Vigilius gaf me er daarom een medaille bij om op de borstrok van mijn kleinkinderen te spelden. Ze moeten daarbij wel het gebedje uitspreken “O Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot U nemen”, wil het allemaal werken. Vooral bij de kleinsten lukt dat nog niet zo goed. Verder neemt het aantal Mariaprentjes in mijn verzameling plotseling toe, een soort wonderbaarlijke prentjesvermenigvuldiging. Hierboven laat ik bijvoorbeeld ook een afbeelding zien van het genadebeeld van O.L.Vrouw van het H. Hart van Jezus te Sittard. Het uitspreken van “Bemind zij overal het H. Hart van Jezus” levert eens per dag 100 dagen aflaat op. Hieronder nog een paar Mariabeelden: Onze Lieve Vrouw Sterre der Zee uit Maastricht en Onze Lieve Vrouw ter Nood uit Heiloo.  Maar nu snel terug naar de kruisheren. 

Op 11 augustus 1936 vond in Uden de eerste oud-studentendag plaats. Onze oud-studentenvereniging OSCOSC bestaat van de zomer dus 70 jaar! Op de reünie van 15 september 2007 in Uden zal onze voorzitter Hugo Prein hier ongetwijfeld uitgebreid aandacht aan gaan besteden. Op die eerste oud-studentendag in 1936 besloten de Kees Mettessen en Nic van Nulanden van destijds ook een Kring van oud-studenten op te richten. Bovendien werd voor de informatieverstrekking en de onderlinge communicatie een mededelingenblad (wij zouden nu zeggen: een website) onmisbaar gevonden. In februari 1938 was het zover: toen verscheen het eerste nummer van “Udensche Klanken”, bevattende “Mededelingen van de Kring van oud-studenten aan het Kruisheerencollege te Uden”. Als correspondentieadres van het eerste uur fungeerde onze eerwaarde heer H. Francino, kruisheer te Uden. H. Ulleman pr. uit Ovezande schreef de inleiding in het eerste nummer van “Udensche Klanken”. Prachtige tekst: “Ziedaar de nieuwe opera, die nu gespeeld gaat worden voor de leden van den Kring van Udensche oud-studenten, van de mannen en jongemannen, die allen, de een korter, de ander langer, gestudeerd hebben onder de schutse van Onze Lieve Vrouw ter Linde, in den glans die van haar wonderbeeldje uitgaat. Ik zie me nog knielen, zoo vaak, na Hoogmis of Lof, achter in de kapel, bij het Onze Lieve Vrouwke, om haar genaderijke hulp af te smeeken in menige studentenmoeilijkheid. Ik hoor in mijn ooren nog het “Salus infirmorum, ora pro nobis” klinken, dat onder het Lof driemaal achtereen gezongen werd met melodieus geschuif van vele stoelen. Ja, dat was een schoone tijd! Een tijd, waaraan je eigenlijk je hele leeven vastzit. Een mensch maakt zich immers nooit geheel los van zijn jeugd. Een mensch stáát op zijn jeugd als op een fundament. Wat men dán leert liefhebben, bewonderen, smaken, genieten, dáártoe keer men steeds terug, hoe wisselvallig ook het latere leven moge zijn: on revient toujours à ses premiers amours …”Ulleman legt verder uit dat “Udensche Klanken” een band bedoelt te wezen tussen alle Udense oud-studenten die zich in de Kring verenigt hebben. De Kring was namelijk nog geen band genoeg, “daar moest een krantje bij, waarin iedereen gelegenheid heeft zijn hart te ontladen, herinneringen op te halen, gevoelens uit te storten. Waarin je ingelicht wordt omtrent mekaars levensloop, plannen worden voorgesteld, perspectieven geopend, mededelingen gedaan, kortom: de band nauwer wordt aangehaald”. “Laat eens horen hoe het jullie vergaan is in de waerelt die zo dwaerelt”, zo roept Ulleman de leden op. “Udense Klanken” bestond tot mei 1969. Toen verscheen het laatste nummer. We hebben alle afleveringen van 1938 tot 1969 teruggevonden in het archief in St. Agatha. Een schitterende bron voor ons historisch onderzoek. Ik neem me voor in dit feuilleton regelmatig uit “Udense Klanken” te citeren. Wie weet lukt het om er ook een mooi groot artikel over te schrijven. In ieder geval betaalde iedereen toen wel zijn contributie.   

is dat zijn toekomst ?

Het gonst van activiteiten in onze oud-studentenvereniging OSCOSC. In de vorige aflevering heb ik al uitgebreid verteld hoe het historisch onderzoek van de werkgroep-Berns er voor staat. Allerlei teksten en vragen liggen momenteel bij de 40 respondenten. Ik hoor evenwel dat er helaas nog maar weinig reacties binnen zijn. Dat betekent dat de inzendtermijn weer verlengd moet worden. Intussen wacht alweer een volgende tekst om een toets door de respondenten. Het is een geweldig interessant stuk over de kwaliteit van ons onderwijs, geschreven door Kees Mettes, een van de talentrijkste leden van de werkgroep-Berns. Het boek “Adieu, adieu o Uden” komt steeds dichterbij. Voor een redactiebespreking was de werkgroep onlangs in Amsterdam bijeen. Toevallig was het ook open dag op de Wallen, zodat daarheen een ontspannende excursie werd gehouden. Ik wilde namelijk voor mijn artikel over de Stille Omgang voor Priesterstudenten ook alsnog een foto maken van twee priesterstudenten op de Oude Zijds na afloop van de Omgang. In dit Nederlandse Sodom en Gomorra zagen we evenwel bijkans de dood in de ogen, als Jan Berns ons daar niet tijdig had uitgeloodst. Priesterstudenten hebben daar inderdaad niets te zoeken. Wij zijn immers als kind al aan Christus Koning toegewijd. Een logischer bestemming zou een bezoek aan het Museum Catharijneconvent zijn geweest waar de tentoonstelling “In Godsnaam! 1000 Jaar kloosters” draait. Om vaart te houden in het schrijven van het boek “Adieu, adieu o Uden” heeft de werkgroep-Berns nu ook andere oud-studenten gevraagd mee te gaan schrijven. Zo is Peter van den Hurk bezig met een prachtig stuk over Uden in de jaren vijftig.  Nic van Nuland (ooit prefect) gaat met John van Burk (ooit rookkastbaas) een stuk schrijven over de functies en baantjes vroeger op het college. John, helemaal door het project gegrepen sinds hij ook penningmeester van OSCOSC is, is van plan ook nog een prachtig stuk over iets anders schrijven. Hans van Dijk, groot musicus en componist, gaat met mij verder werken aan het artikel over de muziekbeoefening en -beleving op het college. Henk van Stijn is dolenthousiast bezig aan een stuk over toneel en cabaret, net als niemand beter dan Ruud Hehenkamp kan schrijven over hoe heilig we destijds als priesterstudent al waren. En er staan nog meer oud-studenten te dringen: Jaap Aartman, Harrie van Rijbroek, Sibbele Witteveen, net terug van een visitatiereis naar Brazilië, zoals we in het Bulletin konden lezen. Kortom, het gaat goed met OSCOSC, op het bezoek aan de website, de contributiebetaling voor 2007, de aanmelding voor de reünie van 15 september 2007 in Uden en de respons op concept-teksten voor het boek “Adieu, adieu o Uden” na.   

Van februari tot 2 september 2007 is in het museum Catharijneconvent de tentoonstelling:
"In Godsnaam! 1000 jaar kloosters."

Dit in het kader van het Europese project:"Herbestemming van religieus goed".

Oosterhout, 19 april 2007/janvdbosch@casema.nl


Laatst gewijzigd: zaterdag 18 april 2009

Reacties: Jan van den Bosch